Branche

Nieuws.

Hèt actuele nieuws voor (potentiële) ondernemers zoals u.
Bron: Sdu

Plaats van kernbeslissingen is plaats van vestiging

19-11-2021

Vervullen de statutaire bestuursleden van een bv geen bepalende rol? Dan kan de fiscale vestigingsplaats van die bv in een andere staat liggen. Bijvoorbeeld in de staat waar de feitelijke leiding de kernbeslissingen neemt.
Tussen een bv en de Belastingdienst loopt een geschil over de fiscale vestigingsplaats van die bv. Het standpunt van de fiscus is dat bv is gevestigd in Nederland. Maar de bv beweert dat zij is gevestigd in Luxemburg. De zaak komt voor Rechtbank Gelderland, die als volgt redeneert. Omdat de bv is opgericht naar Nederlands recht, stelt de Nederlandse wet via een wetsfictie dat de bv is gevestigd in Nederland. Op grond van de wetgeving van Luxemburg is de bv echter ook daar gevestigd. En dus is sprake van een dubbele vestigingsplaats. In dat soort situaties geeft het belastingverdrag tussen Nederland en Luxemburg de doorslag. Dit verdrag bepaalt dat de staat waar de werkelijke leiding is gevestigd, de staat is waar de bv is gevestigd. Volgens vaste rechtspraak moet men daarvoor kijken naar de staat waar men de kernbeslissingen neemt met betrekking tot de activiteiten van het lichaam. Het uitgangspunt is dat de kernbeslissingen worden genomen door het statutaire bestuur van een lichaam. Nu is het statutaire bestuur van de bv gevestigd in Luxemburg. De Belastingdienst moet daarom aannemelijk maken dat men de kernbeslissingen toch in Nederland neemt. Vervolgens voert de inspecteur aan dat de statutaire bestuurders van de bv, enkele trustdirecties, geen bepalende rol spelen. Zij verrichten slechts uitvoerende werkzaamheden om de winstreserves van de bv onbelast uit te keren aan een man die alle certificaten in de bv bezit. Deze man is daarnaast bestuurder van de stichting administratiekantoor (STAK) die de aandelen in de bv houdt. Verder heeft de belastingadviseur van de bv doorslaggevende bevoegdheden. Hij is degene die instructies en aanwijzingen geeft. De certificaathouder stemt met de belastingadviseur het contact over de bv en het functioneren van de trustdirecties af. De rechtbank merkt op dat de certificaathouder meerdere rollen vervult, zoals bestuurder, debiteur en crediteur van de bv. Deze rollen lopen zo door elkaar heen, dat niet valt te herleiden in welke hoedanigheid de man welk besluit heeft genomen. Het strikte onderscheid dat de bv maakt, valt dan ook niet te volgen. Uit diverse e-mails en andere correspondentie blijkt dat de certificaathouder en de belastingadviseur de kernbeslissingen in Nederland nemen. In sommige berichten geven zij de trustdirecties instructies. Soms roepen zij die trustdirecties zelfs tot de orde. Daarnaast is de eigen verantwoordelijkheid van de trustdirecties in een overeenkomst weg geclausuleerd. De werkelijke leiding vindt dus plaats in Nederland, waar de bv dus is gevestigd. Toch verklaart de rechtbank het beroep van de bv gegrond. De Belastingdienst heeft namelijk ten onrechte een bedrag aan buitenlandse belasting niet als aftrekbare kosten in aanmerking genomen, aldus de rechtbank. Bron: Rb. Gelderland 01-07-2021

Krapte op de arbeidsmarkt stijgt

19-11-2021

Het aantal vacatures stijgt en de werkloosheid daalde verder in het derde kwartaal van 2021. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS over de arbeidsmarkt.
Tegenover elke 100 werklozen stonden 126 vacatures. Nog nooit waren er zoveel vacatures ten opzichte van het aantal werklozen. Eind september stonden er 371.000 vacatures open, 45.000 meer dan aan het eind van het tweede kwartaal. Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel, de zakelijke dienstverlening en de zorg. Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures. In het derde kwartaal van 2021 waren er 294.000 mensen werkloos, 3,1% van de beroepsbevolking. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 13.000. Hiermee daalde de werkloosheid voor het vierde kwartaal op rij. Bron: CBS, 16-11-2021

Tijdige aanvraag van groot belang voor voorschot NOW

17-11-2021

Als iemand door zijn eigen schuld te laat is met zijn loonaangifte of NOW 1.0-aanvraag, heeft hij geen recht op tegemoetkomingen op grond van de NOW 1.0.
Een bv heeft op 7 april 2020 bij het UWV een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) 1.0. Het UWV wijst deze aanvraag af. De reden is dat over de tijdvakken januari 2020 en november 2019 geen loongegevens bekend zijn. De bv gaat vervolgens in beroep. Tijdens de beroepsprocedure neemt het UWV een nieuw besluit vanwege een wijziging van de NOW 1.0. Daardoor heeft de bv mogelijk recht op een loonkostensubsidie, maar nog steeds geen recht op een voorschot. Daarvoor moest zij namelijk uiterlijk 15 maart 2020 haar loonaangifte over januari 2020 hebben ingediend. Aangezien zij te laat haar loonheffingennummer had aangevraagd, is dat niet gebeurd. Maar dat is niet de schuld van de Belastingdienst en komt dus voor rekening van de bv, aldus Rechtbank Midden-Nederland. Een andere zaak betreft bv die een restaurant exploiteert. Deze bv vraagt op 11 december 2020 een NOW 1.0-tegemoetkoming aan. Eigenlijk heeft zij de aanvraag te laat ingediend, maar de bv beweerde dat zij haar aanvraag niet tijdig heeft kunnen afronden. Haar motivering is dat haar omzet over de referentieperiode € 0 bedraagt. Vervolgens heeft zij op 9 april 2020 schriftelijk contact gezocht met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het standpunt van de bv is dat zij met de brief van 9 april 2020 tijdig een aanvraag heeft ingediend. Rechtbank Den Haag denkt daar anders over. Men kan immers een aanvraag voor de NOW 1.0 alleen indienen via het daarvoor ontworpen formulier. Het UWV stelt zo’n formulier via zijn website beschikbaar. Daarom telt de brief aan het ministerie niet als een ingediende aanvraag. Overigens meent de rechtbank dat zelfs bij een tijdige aanvraag de bv geen recht zou hebben op NOW 1.0 omdat geen sprake is van omzet in de referentieperiode. Bron: Rb. Midden-Nederland 14-01-2021 en Rb. Den Haag 22-10-2021

Belastingpakket 2022 gedeeltelijk door Tweede Kamer

17-11-2021

De Tweede Kamer heeft op 11 november het Belastingpakket 2022 gedeeltelijk aangenomen. De wetsvoorstellen Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten en Wet delegatiebepalingen tegemoetkoming schrijnende gevallen zijn aangehouden. Bij een aantal wetsvoorstellen zijn de amendementen aangenomen: Belastingplan 2022 Het amendement over het afschaffen van de teruggaafmogelijkheid van energiebelasting voor energie-intensieve bedrijven is aangenomen.
Wet implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking Het amendement over verduidelijking van de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel is aangenomen. Wet tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel Het amendement over het dichten van een gat in de wetgeving rond fusie en splitsing is aangenomen. Bij de wetsvoorstellen Overige fiscale maatregelen 2022, Verlaging tarief verhuurderheffing en maandelijkse wijziging bedragen heffingsverminderingen en Intrekking van de Baangerelateerde Investeringskorting zijn geen amendementen aangenomen. De volgende moties zijn aangenomen: Motie over een jaarlijkse rapportage over de belastingdruk op verschillende vermogenssamenstellingen Motie over het monitoren van oneigenlijk gebruik van het lage winstbelastingtarief Motie over de Kamer informeren over noodzakelijke wetsaanpassingen naar aanleiding van een internationaal winstbelastingakkoord Motie over onderzoeken hoe een Penparade over vermogen er voor Nederland uitziet Motie over jaarlijks een paragraaf over de status van ICT bij de Belastingdienst aan het Belastingplanpakket toevoegen Motie over een appreciatie van de gevolgen van moties en amendementen voor de complexiteit van wetgeving Motie over een aanpak van belastingontwijking met zo min mogelijk afzwakkingen en vrijstellingen Motie over een inspanning om de kwaliteit van de ramingen te verbeteren Motie over de MBW en de KEV integreren in de besluitvorming rond het Belastingplan Motie over effect fiscale wetgeving op CO2-reductie bekendmaken Motie over een onafhankelijk onderzoek naar de uithuisplaatsingen in het toeslagenschandaal Bron: TK 11-11-2021

Nieuw steunpakket van € 1,3 miljard

17-11-2021

Het kabinet komt met een nieuw financieel steunpakket voor bedrijven die nadeel ondervinden door de coronamaatregelen die sinds 13 november gelden. Het pakket kost ongeveer € 1,3 miljard. Maar nieuwe loonsubsidie komt er niet. Werkgevers en vakbonden vinden het pakket teleurstellend.
Het kabinet vervangt de eerder aangekondigde regeling Vaste Lasten Nachtsluiting horeca (VLN) door de TVL-regeling. Gezien de huidige krappe arbeidsmarkt vindt het kabinet een nieuwe loonsubsidiemaatregel geen goed idee. TVL-regeling vierde kwartaal 2021 Alle ondernemers die in het vierde kwartaal van 2021 minimaal 30% omzetverlies verwachten ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020 en ook aan de overige voorwaarden voldoen, kunnen zo snel mogelijk weer een TVL-subsidie aanvragen als tegemoetkoming voor hun vaste bedrijfslasten. De subsidie wordt berekend met het omzetverlies, een percentage vaste lasten van de sector en een vast subsidiepercentage van 85%. De regeling is ook toegankelijk voor wie nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de TVL-regeling. De precieze openstelling wacht op goedkeuring van de Europese Commissie. Landbouwregeling voor ongedekte vaste kosten Voor landbouwbedrijven blijft de regeling Ongedekte Vaste Kosten (OVK) beschikbaar, zodat zij op evenveel steun kunnen rekenen als niet-landbouwbedrijven. Ondersteuning voor evenementen Van 13 november tot 4 december mogen er geen ongeplaceerde evenementen plaatsvinden. Evenementen die wel door kunnen gaan mogen maar tot 18:00 plaatsvinden. Daarnaast geldt er een maximale capaciteit van 1250 bezoekers per ruimte. Voor evenementen die de overheid verbiedt in verband met corona loopt tot en met 31 december 2021 de Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19 (TRSEC). Omdat het evenementverbod vrijwel onmiddellijk is ingegaan, wordt het subsidiepercentage verhoogd naar 100%, zoals ook in de zomerperiode gebeurde. Het kabinet reserveert hier € 10 miljoen extra voor. De Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) – die geldt voor evenementen die buiten de TRSEC vallen – wordt gedurende 2021 uitgebreid zolang er een verbod op evenementen geldt. Ook de ATE kent een 100% vergoeding van de kosten. Hier reserveert het kabinet € 5 miljoen extra voor. Deze regeling wordt nog uitgewerkt. Ondersteuning voor de culturele sector Voor culturele instellingen die te maken hebben met de nieuwe coronamaatregelen breidt het kabinet de suppletieregeling bij het Fonds Podiumkunsten uit van een vergoeding van 25% naar maximaal 55% van de kaarten van de totale reguliere capaciteit per voorstelling. De regeling is ook open voor voorstellingen met een zitplaats. Hiervoor stelt het kabinet aanvullend € 16,5 miljoen beschikbaar. Meer informatie wordt verstrekt door het Fonds Podiumkunsten. Afhankelijk van hun omzetderving zullen sommige culturele ondernemingen ook aanspraak kunnen maken op de hierboven genoemde TVL-regeling voor het vierde kwartaal van 2021. Ondersteuning voor de sportsector Voor professionele sportevenementen stelt het kabinet maximaal € 36 miljoen beschikbaar ter compensatie van inkomsten uit kaartverkoop en om seizoenskaarthouders tegemoet te komen voor de periode 13 november tot 4 december. De hoogte van de compensatie zal afhangen van het karakter en draagkracht van de desbetreffende sector of organisatie. Het gaat zowel over wedstrijden in competitieverband als losse sportevenementen. Voor de aanbieders van amateursport is maximaal € 5 miljoen beschikbaar om hen te compenseren voor geleden schade in deze periode. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt deze regelingen in samenwerking met de sportsector uit. Bron: Ministerie EZK, 16-11-2021

Denksport is geen actieve sportbeoefening

16-11-2021

Financiën wijzigt het besluit Omzetbelasting. Toelichting Tabel 1 van 22 december 2017. Vanwege een uitspraak van het EU Hof van Justitie van 26 oktober 2017 kunnen denksporten per 1 januari 2022 niet langer als vorm van actieve sportbeoefening worden beschouwd.
Het Europese Hof oordeelde in 2017, naar aanleiding van prejudiciële vragen, dat activiteiten die worden gekenmerkt door een te verwaarlozen lichamelijke component, niet onder het begrip sport in de zin van de Richtlijn vallen. In onderdeel 2.6 van post b 3 (het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden) vervalt met ingang van 1 januari 2022 de aanwijzing voor denksporten (zoals bridge, schaken, dammen en go) als vorm van actieve sportbeoefening vanwege een te verwaarlozen lichamelijke component; in onderdeel 2.2 vervalt met ingang van 1 januari 2022 het voorbeeld van een ruimte die speciaal is ingericht voor de beoefening van bridge. De aanpassing in dit besluit betekent dat de beoefening van denksporten met ingang van 1 januari 2022 niet langer meer onder de vrijstelling van art. 11 lid 1 onderdeel e Wet op de omzetbelasting 1968 kan worden gerangschikt. De datum van 1 januari 2022 stelt belanghebbenden in de gelegenheid zich hierop voor te bereiden en indien mogelijk en gewenst een tijdig verzoek in te dienen voor toepassing van de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers indien hun omzet onder de € 20.000 op jaarbasis blijft. In overleg met NOC*NSF en de overkoepelende bonden zijn partijen die dit aangaat geïnformeerd over deze mogelijkheid. Dit besluit treedt met ingang van 1 januari 2022 in werking. Bron: MvF 28-10-2021